Een beker voor altijd.

Een beker voor altijd.

Op 7 oktober was het de internationale dag van de leraar. Voor ons dé reden om deze maand de leraar centraal te stellen. In de podcast van deze maand hebben we al een hele speciale meester gesproken. In de vlog vertelden drie van onze docenten waarom het zo mooi is om in het onderwijs te werken. Eigenlijk wel gek dat ik, nu ik niet meer voor de klas sta, iets schrijf over hoe mooi het is om voor de klas te staan.

Toch zijn er juist de afgelopen maand twee momenten geweest die mijn gedachten direct terugvoerden naar mijn tijd voor de klas. Allereerst zorgt een medium als LinkedIn ervoor dat je zo af en toe nog iets opvangt van een leerling. Zo kreeg ik afgelopen maand een berichtje van Adil. Adil was het type leerling waar ik vrolijk van werd. Een ontzettende druktemaker, dé herrieschopper in de klas en bezig met van alles behalve met het volgen van de les. Tegelijkertijd was Adil een ambitieuze, veelbelovende jongen. Communicatief sterk, resultaatgericht en erg zelfverzekerd. Iemand die er uiteindelijk wel komt. Ik ben nooit een echte vakdidacticus geweest. Mijn uitdaging zat hem in dit soort gasten. Vertrouwen geven, ze in de juiste stand krijgen. Een paar weken geleden stuurde Adil mij opeens een berichtje via LinkedIn. Hij heeft twee eigen bedrijfjes. Hij is er dus gekomen. De waardering zat hem in de zin waarin hij mij vertelde dat hij nog vaak aan mij had gedacht. Dat doet echt wat met een mens. Dit soort dingen krijg je niet terug in het bedrijfsleven. Het is een korte mededeling waar veel meer achter schuilgaat. Ik heb een kleine rol van betekenis gespeeld in zijn leven.

Er zijn ook een heleboel leerlingen geweest waarbij dit niet gelukt is. Als ik terugdenk aan mijn tijd voor de klas, dan zijn er ook zat momenten geweest dat het me niet lukte om die klik met de klas te krijgen. Gelukkig lees je ook steeds meer stukken van docenten die hier open en eerlijk over zijn. Want het is echt verdomd moeilijk dat lesgeven.

Ik noemde in het begin twee momenten die mijn gedachten terugvoerden naar het onderwijs. Bij het opruimen van de schuur vond ik een beker. Een beker die mijn toenmalige mentorklas mij heeft uitgereikt aan het eind van het schooljaar. Een klas die bijna in het geheel op ‘zitten blijven’ stond en waarvan aan het eind van het jaar iedereen het had gehaald. Dat is tof. Die beker heb ik afgestoft. Die moet niet in de schuur staan. Je mag als docent best trots zijn op de dingen die je hebt bereikt. Niet alleen op 7 oktober.

auteur: Tim Poorthuis t.poorthuis@teachingroup.nl

De gouden tips om consequent te zijn

Met klassen die groter worden en de afstand tussen de docent en de leerlingen die kleiner wordt, is het voor veel docenten steeds lastiger om consequent te zijn. En daarbij: de ene leerling is de andere niet en ieder kind heeft z’n eigen gebruiksaanwijzing. Is het dan wel mogelijk om bij iedereen even consequent te zijn? Moet je per se streng zijn om strikt te zijn? Onderstaande tips kun je makkelijk in je routine opnemen en omzetten in gewoonten, want het heeft zoveel voordelen voor alle partijen. Consequent zijn is namelijk de sleutel tot orde houden in de klas en inconsequent zijn heeft zo z’n consequenties.

1. Geef grenzen aan

Iedere docent kan vaardigheden aanleren om orde te houden in de klas. Trainer en docent wiskunde René Kneyber, zegt op de website van CNV Onderwijs ‘Wanneer er geen orde is, ligt dat aan de leraar.’ Niet aan ‘die pubers’, zoals vaak geroepen wordt. ‘De eerste zes weken van het schooljaar zijn cruciaal. Dan zet je neer hoe je het wilt hebben. Dan geef je grenzen aan, vertel je gedetailleerd hoe leerlingen zich moeten gedragen en wat de sancties zijn als dat niet gebeurt. Breng daar geen veranderingen in aan, want dan kom je niet betrouwbaar over.’

2. Geef structuur aan
Begin elke les op dezelfde manier. Ga bijvoorbeeld bij de deur staan en groet iedere leerling met een handdruk. Hiermee maak je direct contact met de leerling, geef je iedere leerling het gevoel gezien te worden en begin je elke dag op dezelfde manier. Daarna start je met de les zelf, ook elke keer op dezelfde manier. En sluit je les elke keer op dezelfde manier af. Ook bij het afsluiten kun je ervoor kiezen om bij de deur te gaan staan en iedere leerling een hand te geven. Die keuze is aan jou, maar zorg dat het altijd hetzelfde is. Op die manier is er structuur en weten leerlingen precies wat ze kunnen verwachten, zodat ze sneller geneigd zijn mee te drijven in die afgebakende stroming. 

3. Wees een voorbeeld

Wanneer jij het verkeerde voorbeeld geeft, zijn kinderen eerder geneigd om dit op te volgen. Want wat jij doet, mogen zij ook, is hun visie. Dat geldt ook voor het goede voorbeeld. Doorbreek de regels niet, ook niet voor jezelf, ook niet voor andere docenten. De regel ‘ik ben docent, dus ik mag dat’, of erger nog ‘ik ben de baas, dus ik mag dat’ zal frictie veroorzaken. Hierdoor creëer je juist afstand tussen jou en de leerling, terwijl je eigenlijk wilt dat jullie neuzen dezelfde kant op wijzen. 

4. Houd je vast aan consequenties

Consequenties inwilligen is voor niemand leuk. Niet voor de leerling, en de docent zit er net zo min op te wachten. Het is aan de leerling om te zorgen dat het niet nodig is, maar leerlingen blijven natuurlijk wel pubers die sturing en structuur nodig hebben. Het is aan de docent om ervoor te zorgen dat consequenties wel echt doorgevoerd worden op het moment dat een leerling erom ‘vraagt’, wanneer de eerder gestelde grenzen overschreden worden. Het helpt om het sturen op regels ook niet te zwaar te maken. Leg de les niet 15 minuten stil om 1 leerling toe te spreken waar de rest van de leerlingen niets mee te maken heeft.

Let erop dat je ook in een goede bui consequent blijft. Waarschijnlijk ben je in een goede bui een stuk relaxter. Logisch, maar laat je niet beïnvloeden door emoties. Een positieve instelling heeft altijd positieve invloed op de les. Maar laat de consequenties niet afhangen van jouw mood. Laat even goed jouw lontje ook niet korter zijn als jouw pet scheef staat. Wees consequent. 

5. Zorg dat de ouders aan jouw kant staan

Is een kind een grens overgegaan met strafwerk als consequentie en hoeft het van z’n ouders geen strafwerk te maken, dan is het heel lastig om consequent te blijven. Wat kun je dan nog doen? De ouders op gesprek vragen. Het is niet de bedoeling dat ouders en kinderen een ‘bondje’ tegen de docent sluiten. Uiteindelijk wil iedereen het beste voor de kinderen. 

Gouden tips van Teach-in Docenten
Harald van der Brug, docent Nederlands: “Om consequent te blijven moet je alleen dingen doen die voor jou zelf ook vol te houden zijn. Ga geen lijstjes bijhouden van leerlingen die zich irritant gedragen, terwijl je slecht bent in het bijhouden van lijstjes. Maar straffen waarbij leerlingen teksten moeten overschrijven waarbij ze elk woord in een andere kleur moeten schrijven, kan ik de rest van mijn leven blijven uitdelen.”
Pim Harthoorn, oud-docent Engels: “Ik vond consequent blijven altijd enorm lastig. Op een goede dag kon soms alles. Toch is dit niet altijd handig. Goed communiceren met je leerlingen is essentieel om een goede band met je klassen te houden. Als je in moet grijpen zorg dan dat je duidelijk bent maar niet bot. Leerlingen hoeven niet het gevoel te hebben dat ze in de les door de docent doormidden gezaagd worden.”

Dit is hoe je een succesvolle vacaturetekst schrijft

Het doel van een vacature is natuurlijk om docenten voor jouw school te laten kiezen, boven alle andere scholen. Een vacature is de eerste kennismaking en de manier om docenten te laten weten wat jouw school zo bijzonder maakt. Als je het zo bekijkt: waarom lijken veel vacatures dan zo op elkaar? In tijden als deze is het van groter belang dan ooit om vacatures onderscheidend te laten zijn, zodat ze zichzelf verkopen. En dat is niet makkelijker gezegd dan gedaan.

De basis van een vacaturetekst

Natuurlijk behoeft elke vacaturetekst een aantal basispunten.

  • Te beginnen bij de functie waarover de vacature gaat en bij welk bedrijf, inclusief de benodigde bedrijfsgegevens. Zorg dat de basis duidelijk is. Vermeld alleen relevante informatie. 
  • Omschrijf de organisatiecultuur specifiek (normen, waarden en gedragsuitingen intern en extern) van de school en neem de lezer van de vacature mee in de werksfeer.
  • Omschrijf de functie zodat de lezer zich er meteen een beeld bij kan vormen, zowel de functienaam, functieomschrijving met de functie-eisen en opleidingseisen.
  • Schrijf de vacature specifiek per baan die je aanbiedt en schrijf niet voor elke vacature dezelfde vacaturetekst.
  • Laat zo min mogelijk te raden over. Wees ook duidelijk over de primaire – en eventuele aanvullende secundaire arbeidsvoorwaarden.
  • Tot slot geef je aan wat de sollicitatieprocedure is. Waar kan de sollicitant contact opnemen, wat moet de sollicitant inzenden en tot wanneer is die gelegenheid er om te reageren op de vacature?
  • Zijn deze punten helder uiteen gezet, dan is het van belang je te onderscheiden. 

Let op de lay-out
Met een duidelijke lay-out zorg je ervoor dat jouw vacaturetekst makkelijk scannend te lezen is. Want dat is wat er in werkelijkheid gebeurt. Wie op zoek is naar vacatures en een enorm aanbod te verwerken heeft, zal scannend lezen. Dit is het moment dat je ervoor kunt zorgen dat scannend lezen overgaat in aandachtig lezen. Een lezer zou maar 49,7 seconden nodig hebben om te oordelen of een tekst geschikt is.
Breng met een lay-out goed overzicht aan. Dat doe je door het gebruik van tussenkoppen, witregels en opsommingstekens. Je kunt als titel van de vacature de functienaam gebruiken. Bijvoorbeeld: Vacature docent Engels speciaal onderwijs. Geen wiskunde-docent die zich daardoor aangesproken zal voelen. Als tussenkopjes gebruik je bijvoorbeeld: Wat ga je doen als docent Engels/functieomschrijving, Wat verwachten we van jou/functie-eisen, Wat bieden we jou, Wat is de vergoeding, Interesse. Onder de tussenkoppen gebruik je opsommingstekens om de inhoud op te sommen. Gebruik tussen de tussenkopjes witruimten om ze duidelijk van elkaar te onderscheiden en de tekst geen woordenbrei te laten zijn. 

Intro
Vergeet ook het belang van een goede intro niet. Omdat je na het schrijven van een vacaturetekst pas precies weet wat er in de vacature staat, is het handig om het intro als laatst te schrijven. Het intro komt na de titel. Hierin vertel je wat de lezer kan verwachten van de tekst (welke punten komen er aan bod?) en hierin verwerk je een trigger om de rest van de tekst te lezen.
Bijvoorbeeld: Ben jij een ervaren docent Engels met een inspirerende visie op het onderwijs waarbij de leerling voorop staat? Dan pas jij in het dynamische team van school X. We zoeken een docent die (noem kort verschillende eigenschappen, bijvoorbeeld:) graag zelf meedenkt over de inhoud van de lessen, aandacht heeft voor iedere individuele leerling en graag ervaringen uitwisselt met collega’s. School X is een school met meer tijd voor de individuele leerling waar je in kleinere groepen les geeft aan ‘speciale’ leerlingen. Voor jou staat hier een interessante vergoeding tegenover. Interesse? Reageer dan voor… (sluitingsdatum vacature). 

Veelgemaakte fouten

  • De vacature omschrijven in één zin. Eén zin is niet genoeg om te overtuigen. 
  • Té creatief zijn met het gebruik van tussenkoppen. Wees niet te creatief, maar wees er vooral van verzekerd dat iedereen het direct snapt.
  • Voor elke functie hetzelfde intro gebruiken. Spits het intro af op de vacaturetekst en de baan, zodat de lezer zich er bewust van is dat die vacature echt over een andere baan gaat als hij verschillende vacatures scannend aan het lezen is. 
  • Onrealistische vraag: Hoe realistisch is de vraag ‘uitsluitend een 1e grader voor 16 uur aan 2 mavo en 2 uur H5’? Wees realistisch in wat je vraagt. Of nog zo’n voorbeeld: een beginnend docent met 5 jaar ervaring. 
  • Niet duidelijk communiceren wie de doelgroep van de vacature is. Maak duidelijk kenbaar wie de doelgroep is. Is dat een startende docent, een ervaren docent of juist een student die op zoek is naar een stage?
  • Te lange vacatureteksten. Houd het beknopt. Zoals het cliché luidt: de kracht van schrijven zit ‘m in het schrappen. 
  • Slecht beeldmateriaal. Wanneer je kiest voor beeldmateriaal is het de bedoeling dat het aantrekt en niet afschrikt. Dus: scherp en duidelijk beeld dat iets toevoegt aan de tekst en geen afbreuk doet.

Hoe profileer je jezelf als school?

Jezelf profileren zit bij de een in de aard van het beestje, waarbij het bij de ander totaal onnatuurlijk voelt. Jezelf profileren is wel nodig om anderen te laten weten wie je bent, wat je doet, waar je goed in bent en wat jou onderscheidt van de rest. Dat geldt ook voor jouw school. Als bij de ene school wel bekend is waar de kwaliteiten liggen en bij de andere school niet, zullen zowel ouders als docenten eerder kiezen voor de school waarbij het wel bekend is. Klinkt logisch toch? Om die logica makkelijk in praktijk te kunnen brengen hebben we een aantal tips verzameld. Want: profileren, kun je leren.
Lees verder…

Wie ben je en wat doe je?

Het allerbelangrijkst is dat je voor iedereen binnen de organisatie duidelijk hebt wie je bent en wat je doet. Stel jezelf een paar vragen. Wie ben je en waar sta je voor als school? Wat zijn de kerndoelen? Voor wie doe je het? En hoe doe je dat en wil je dat bereiken? Wat is jouw paradepaardje (bijvoorbeeld TweeTalig Onderwijs), waar ligt de focus, wat wil je uitdragen, waar liggen je kwaliteiten? Houd je hier aan vast en laat dit de rode draad zijn in alles wat je doet.

Vacaturetekst
Wanneer je een vacature-site betreedt, valt al snel op dat veel vacatures op elkaar lijken. Heeft iedereen hetzelfde praatje? Maak die van jou anders. Val op. Bedenk je waarom je het zelf zo’n fijne plek vindt om te werken. Zou dit voor anderen ook een reden kunnen zijn om hier te willen werken? Benoem het, neem de lezer je vacature bij de hand. Wees niet te bescheiden, maar blijf wel bij de kern en blijf duidelijk.

Zet jezelf op de kaart

Googlen is een werkwoord geworden, omdat dit vaak de eerste hulplijn is die wordt ingezet als men ergens naar op zoek is. Wordt er een basisschool gezocht? Dat wordt de term basisschool in combinatie met de stad dikwijls ingetikt. Bijvoorbeeld ‘basisschool Utrecht’. Wanneer je dit intikt krijg je in jouw zoekresultaten de kaart van Utrecht te zien met verschillende basisscholen die zelfs gerankt kunnen worden en waar mensen reviews over kunnen achterlaten. Maar ook als je in Utrecht woont en alleen ‘basisschool’ intikt, zullen er basisscholen in Utrecht zichtbaar worden op de kaart, omdat Google jou lokaliseert. Daar wil je als school natuurlijk tussen staan. En dat is makkelijker dan je denkt. Maak in Google een bedrijfspagina aan voor jouw school. Dit zorgt ervoor dat mensen die in jouw buurt naar een basisschool zoeken (jouw doelgroep), jouw school eerder in het vizier zullen krijgen.

Profileer de school op LinkedIn

LinkedIn is de plek om te laten zien wat je als ‘bedrijf’ – want dat is een school – allemaal doet, maar ook de plek om nieuwe collega’s aan je te binden. Waar kijk je naar als je aan het oriënteren bent voor een nieuwe baan? Op LinkedIn. Zoals LinkedIn het zelf zo mooi verwoordt: ‘Een LinkedIn-pagina fungeert als de stem van uw organisatie op LinkedIn. Dit helpt leden om meer te weten te komen over uw bedrijf of onderwijsinstelling, merk, producten en diensten, en vacatures.’
Profiel aanmaken
Dus: maak een bedrijfspagina aan met alle gegevens die van belang zijn. Dan hebben we het over de primaire gegevens. In de titel zet je de naam van de school en in de onderregel welk soort school je leidt en waar. Onderschat ook de waarde niet van een goede profielfoto die opvalt.
Wat deel je op LinkedIn?

Alles wat het werken op jouw school zo leuk maakt, dat deel je op LinkedIn. Maak goede, duidelijke en opvallende foto’s waarin goed zichtbaar is wat er gebeurt. Foto’s die mensen laten stoppen met scrollen op hun LinkedIn-tijdlijn. Deel deze foto’s op LinkedIn met een begeleidende tekst die uitlegt wat er in de foto gebeurt, wat er is georganiseerd en waarom. Ook evenementen die nog komen gaan deel je op LinkedIn.
Vergeet niet dat LinkedIn verder gaat dan alleen het zoeken naar een baan. Ook ouders kunnen scholen zoeken via dit social medium en op die manier bij je terechtkomen. Als dan ook nog makkelijk inzichtbaar is waar de school voor staat, waar de kwaliteiten liggen, waarin ze zich kunnen onderscheiden van de rest en wat er allemaal georganiseerd wordt, zal de keuze makkelijker te maken zijn.

Website

Veel scholen hebben al gemerkt dat je niet kunt achterblijven als het over websites gaat. Wat het allerbelangrijkst is, is dat jouw website duidelijk en aantrekkelijk is. Dit kan al met kleine aanpassingen. Kies voor een aantrekkelijke afbeelding die de uitstraling van jouw school onderstreept. Breng ook meteen de naam van de school in beeld, welk soort school het is en wat de kenmerken en kwaliteiten van de school zijn. Probeer dit op de eerste pagina in zicht te brengen en in een zin te vatten. Dit kan namelijk de eerste indruk zijn.

Zichtbaar in de regio
Zorg dat er genoeg voor leerlingen wordt georganiseerd en betrek de omgeving erbij. Leg bijvoorbeeld contact met een dansschool of theatergroep in de omgeving en organiseer samen met hen workshops voor de kinderen. Of haak in bij actuele projecten die lopen in de regio, waar je als school, samen met de kinderen aan kunt bijdragen. Laat de kinderen een dag stage lopen bij bedrijven in de omgeving. Werk met de school en de kinderen samen met een goed doel in de omgeving dat jullie hulp goed kan gebruiken.
Zorg ook dat je opvalt. Denk bijvoorbeeld aan shirts in de kleur en met het logo van de school tijdens de Avondvierdaagse. Denk aan leerlingen die spandoeken van de school dragen tijdens sporttoernooien met de school. Zorg dat er genoeg gebeurt op jouw school waardoor je opvalt, mensen je zien en mensen over je praten. Ook mond-op-mond reclame krijg je niet vanzelf.

Zo zet je jezelf als docent in de markt

Of je nou als ZZP’er werkt of in loondienst. Of je al een baan hebt of zoekende bent, het is altijd belangrijk om jezelf te profileren binnen je vakgebied. Waar het bij de een vanzelf lijkt te gaan, moet de ander er wat meer moeite voor doen en wat bewuster over nadenken. Waarom zouden scholen jou erbij willen hebben? Waarom zouden collega’s jou waarderen? Klinkt banaal? Is het niet. Absoluut niet. En het hoeft ook niet ingewikkeld te zijn. Het kan ‘m al in kleine dingen zitten.

Te beginnen met: wie ben je en wat doe je?

Wees je bewust van jouw krachten. Vraag in je (werk)omgeving waar jij goed in bent en waar jouw kwaliteiten liggen. Vaak kijken anderen anders tegen jou aan dan jij zelf. Stel jezelf ook een paar vragen: wie ben je en waar sta je voor binnen jouw vakgebied? Wat zijn jouw doelen, voor wie doe je het en hoe wil je dat bereiken? Op die manier kom je op jouw – zogenoemde – unique selling points. Dit zijn de punten die jou onderscheiden van anderen.

Het belang van LinkedIn

Wie een baan zoekt kijkt op LinkedIn, maar wie werknemers zoekt net zo goed. Ook al ben je niet op zoek, een sterk, up-to-date profiel is belangrijk. Je weet nooit wat er via deze weg op je pad komt. LinkedIn kun je inzetten als jouw online visitekaartje.
Dit helpt LinkedIn-leden om meer te weten te komen over jou, de diensten die je levert en hoe ze je kunnen bereiken. Als je op zoek bent naar een baan zijn er natuurlijk meer, concretere mogelijkheden om direct in contact te komen met werkgevers en openstaande vacatures in te zien.
Profiel aanmaken
Dus: maak een profiel aan met alle gegevens die van belang zijn. Dan hebben we het over de primaire gegevens. In de titel zet je jouw naam en in de onderregel zet je jouw functie(s).
Onderschat ook de waarde van een professionele profielfoto niet, die opvalt en uitstraalt wie jij bent.
Wat deel je op LinkedIn?

Eigenlijk alles wat jouw werk zo leuk maakt. Maak goede, duidelijke en opvallende foto’s waarin goed zichtbaar is wat er gebeurt. Foto’s die mensen laten stoppen met scrollen op hun LinkedIn-tijdlijn. Deel deze foto’s als post op LinkedIn met een begeleidende tekst die uitlegt wat er in de foto gebeurt, wat er is georganiseerd, waarom en in welk opzicht jij betrokken was.

Oprecht hulp bieden
Oprecht hulp bieden klinkt misschien niet meteen als een manier om jezelf goed te profileren, maar het is misschien wel de beste manier. De manier waar je de zoetste vruchten van plukt. Merk je dat een collega ergens mee struggelt waar jij kennis over hebt? Bied jouw hulp aan. Jouw collega’s zijn straks misschien wel degenen die jou moeten beoordelen of vallen later misschien wel als ex-collega binnen je netwerk. Het verzamelen van karma-punten zal zich uitbetalen. Maar het gaat nog verder dan dat. Juist als je ook buiten je directe collega’s merkt dat mensen binnen het onderwijs met problemen kampen waarbij jij kunt helpen, laat deze kans dan niet onbenut. Help vrijblijvend en geef vervolgens aan dat ze je altijd mogen bellen met vragen. Zowel tegenover scholen als docenten. Wees niet bang voor concurrentie en zie docenten nooit als een concurrent, maar altijd als iemand waarmee je samenwerkt. Zelfs als die docent wel bij ‘de concurrent’ werkt. Kijk altijd hoe je een stapje meer kunt zetten, zodat je opvalt, in gedachten blijft en op het vizier. Een simpel voorbeeld: wordt jou een baan of opdracht aangeboden, kijk dan binnen jouw eigen netwerk of je nog iemand weet die je baan of opdracht zou kunnen en zou willen oppakken. Op die manier houd je alle contacten in je eigen kringen en scoor in een klap punten bij twee partijen. De school zal de volgende keer ook weer bij jou aankloppen, want als je zelf niet kunt, bestaat de kans dat je alsnog een oplossing kunt bieden. En de docent zal in eenzelfde situatie ook sneller aan jou denken en misschien wel hetzelfde voor jou doen. Doe het wel vanuit je hart en probeer geen verwachtingen te stellen als je dit doet. Doet een docent het niet terug, dan moet dat voor jou niet uitmaken. Je moet namelijk veel zaaien. Zaadjes die je door de jaren heen plant. Uiteindelijk zul je meer oogsten.

Sollicitatie

Sla je aan het solliciteren, dan wil je in de sollicitatiebrief natuurlijk je werkervaring vermelden. Maar als hier alleen de naam van een school staat, is het nog niet helemaal duidelijk wat je hier nou hebt gedaan. Zorg dat je jouw werkervaring toelicht. Wat heb je precies gedaan bij die opdrachtgever en wat heb je bereikt in de periode dat je er werkte. Probeer het beknopt in een paar zinnen toe te lichten, zodat degene die het leest een duidelijk beeld kan schetsen.

Geef ook duidelijke referenties weer. Geef aan wie er gecontacteerd kunnen worden voor referenties en maak het nog wat concreter dan dat. De ene referentie kan gebeld worden omdat je daar een bepaalde opdracht voor hebt gedaan, de ander kan gecontacteerd worden, omdat diegene ervaring heeft met andere eigenschappen van jou.

Heeft jouw sollicitatiebrief een gesprek tot gevolg, dan kun je de vraag ‘vertel eens wat over jezelf’ natuurlijk ook verwachten. Dan is het niet de bedoeling dat je al je weekendplannen op tafel gooit. Natuurlijk wil een schoolleiding weten wat jouw persoonlijke interesses zijn en hoe jouw leven er buiten werktijd uitziet. Dit helpt bij het schetsen hoe jij als persoon bent. Maar houd het kort. Vertel kort over jezelf en koppel dat naar wat je binnen je vakgebied belangrijk vindt en wat je allemaal al hebt gedaan. Hoe sta je voor de klas en wat is jouw aanpak?